terug

Marathonhartslag, slagaderen, grote tenen

 

Ik heb de marathon van Rotterdam uitgelopen!

Joepie!

Maar wil je weten hoe je vooral geen marathon moet lopen? 
Lees dan dit verhaal. 

1.14, 30 op de tien Engelse mijlen. 137,17 op de halve marathon. Deze voor mijn doen snelle tijden, maakten mij hoogmoedig. Een tijd onder de vier uur moest lukken, zelfs op die warme zomerdag van 9 april.

De NN Marathon Rotterdam. 

Ik vertrok die ochtend in alle vroegte met de trein met mijn neef Jacob Bast en zijn maatje Jan Willem van Blaricum. Ze voelden in tegenstelling tot mij wat wedstrijdspanning. Het was hun eerste marathon. Zij hadden wel verder dan 30 kilometer getraind. Mijn verste afstand was die halve marathon. 

Ik had getraind volgens het schema van de marathonrevolutie waarbij je vier keer per week loopt en niet verder traint tot 14 kilometer. Stans van der Poel en Koen de Jong zijn de bedenkers van deze revolutionaire manier van trainen. Je traint minder ver en je herstelt sneller is het idee. En dat snelle herstel sprak mij erg aan. Je loopt wekelijks onder meer twee keer op marathonhartslag. Ik moest tijdens mijn duurlopen niet boven een hartslag van 155 komen. 

Ik had twee keer de regels gebroken met het schema. De twee genoemde wedstrijden zag ik als tussendoortjes.

Die wedstrijden werden mijn valkuil. 

Mijn neef en zijn maatje hadden krentenbollen mee en witte bollen met stroop. En mijn neef had twee gelletjes bij zich waar hij niet mee had getraind. En hij slikte de ontstekingsremmer diclofenac. En dat tijdens een marathon. Goed voorbereiden voor die ruim 42 kilometer zit klaarblijkelijk in de familie.

Op het station van Amsterdam moesten we alle drie naar de plee. Weg is weg. Door naar Rotterdam, startnummer ophalen, omkleden.

Rock-'n-roll.

Lee Towers zong ‘You'll Never Walk Alone.’

Dat voelde wel een beetje zo. Mijn medereizigers vertrokken uit startvak 2. Ik zat in wave 4.  En twintig minuten wachten in dat vak, met die brandende zon in mijn gezicht, was allesbehalve fijn. Het startschot klonk en ik vertrok voortvarend en zat al snel op de Erasmusbrug. De eerste vijf kilometer liep ik in 27.10. Mijn plan was om de hele marathon 5.40 de kilometer te lopen.

Ik zag een moskee en hoorde op de achtergrond kerkklokken. Zondagochtend in Rotterdam. De brede loopwegen werden soms afgewisseld door smalle fietspaden. En juist daar blokkeerden hordes lopers de doorgang. Ik haalde in over het gras en over stoepranden. 

Och och.

De halve marathon kwam ik binnen op 1.56,34. Op schema, dacht ik nog. En toen kwam wederom die Erasmusbrug. Nu ging het een stuk moeizamer. Mijn benen wogen als lood en al snel keek ik niet meer op mijn horloge.

Het werd overleven.

Mijn grote tenen begonnen pijn te doen. Een week voor de marathon ontdekte ik dat mijn zooltjes waren ingezakt precies rondom die tenen. Dus met andere zooltjes in mijn schoenen en mijn voeten ingetapet, was ik vertrokken. Mijn schouders verkrampten.  Ik kreeg last van de hitte. Aan mijn voedsel- en drinkplan lag het niet. Ik nam tijdens de marathon acht gelletjes en dronk bij iedere post water. De organisatie had van die handige bekertjes gescoord met sponsjes erin. Al rennend kon je blijven drinken. 

Dat deed ik ook. Tot kilometer 30. Vanaf dat moment was de drinkpost een oase in de brandende woestijn waar ik kon schuilen. 

De marathon begint pas bij kilometer 30, luidt het cliché.  Vorig jaar in New York, tijdens mijn eerste marathon, werd het toen zwaar, maar ik kon wel normaal doorlopen en zelfs versnellen in Central Park. In Rotterdam ontmoette ik de man met de hamer. Wie dat is? Ik stopte om te drinken en wilde weer verder rennen, maar mijn benen voelden zo zwaar, zo verzuurd, dat ik bijna niet meer in beweging kon komen. Een tijd onder de vier uur? Kom eerst maar eens levend bij de finish.

Gelukkig waren er sponzen om af te koelen. Voorhoofd, nek en polsen. Waar je slagaderen zitten. Dan koel je beter af. Slagaderen. Ik kom daar op terug. 

Ik koelde na kilometer 30 niet meer af. Het zwaarste stuk van het parcours moest nog komen: het Kralingse Bos. Mijn tijden liepen op tot ruim 7 minuten de kilometer. Ik wierp een blik op de Kralingse Plas. Nog een oase. Ik zag bootjes. En Rotterdammers die fantastisch aanmoedigden. Het deed me weinig. Ik dacht alleen maar aan het moment dat ik kon stoppen met deze waanzin. Weg uit die hitte.

Op kilometer 35 nog een verrassing: een aanmoediging op een groot beeldscherm van een teamgenoot die later ook New York gaat lopen, Marcel Mok. ‘Nog zeven kilometer Sjaak van de Groep. Je kunt het.’

Op karakter zeker. Ik wist in beweging te blijven, werd aan alle kanten ingehaald, en naderde de Coolsingel. Ik kwam binnen in 4.15,03  (19 minuten sneller dan mijn eerste marathon in New York) en wandelde door naar de plek waar je kon eten en drinken. Vrijwilligers hielden me tegen. Een ambulance reed met gillende sirenes naar de EHBO-post. Ik pakte twee bananen en leunde al kauwend over de tafel. Tollend op mijn poten. Volledig kapot. ‘Gaat het meneer?’ Ik zweeg.

Een vrouw gaf me de medaille. ‘Proficiat.’ 

‘Dank je.’

Ik sjokte terug. Een man vroeg me waar zijn vriendin, die naast hem stond, de tijd in haar medaille kon laten graveren. ‘Dat je daar nu aan denkt’, zei ik met een grimas. De loopster keek me aan of ik volstrekt idioot was. Wat een egotripperij is dat marathonlopen toch. Ik kon niet anders denken. ‘Kijk eens hoe goed ik ben.’

‘Knap joh. 4.15,03.’

‘Dank je.’ 

Om 15.15 uur twitterde iemand dat er twintig lopers in shock waren binnengekomen. Geveld door de hitte. Volgens de NOS stapten 1300 deelnemers vrijwillig uit de NN Rotterdam Marathon. En dan waren er nog de lopers die dat niet van plan waren, maar geen keus hadden. Ik telde tijdens de marathon een stuk of zeven gevallen lopers. Gevloerd door de warmte, kramp, finaal onderuitgegaan. Zelfs 200 meter voor de finish lag er iemand op zijn snufferd.  Gestrand in het zicht van de haven, dacht ik nog.

Mijn hardloopbroeders deden het een stuk beter. Jan Willem van Blaricum liep een strakke race van 3.51,54, Jacob Bast kwam in 3.57, 23 over de streep en een ander hardloopmaatje van me, Jan-Paul Klein Poelhuis, finishte heel keurig in 3.48,29. 

Een tijd onder de vier uur was voor mij deze dag te hoog gegrepen. Ik analyseerde de wedstrijd in de trein terug naar huis en wist direct wat ik fout had gedaan. Ik trainde al maandenlang op hartslag volgens het schema van de marathonrevolutie, maar maakte een enorme blunder, verblind door mijn eerdere prestaties dit jaar. Tijdens de marathon lette ik niet op mijn hartslag. Ik vertrouwde erop dat ik een marathon lang een gemiddelde kon blijven lopen van 5.40 de kilometer, omdat ik tijdens de Engelse mijlen en de halve marathon de hele tijd dik onder de vijf minuten kon lopen. 

Een misrekening. Criticasters zullen zeggen dat dat schema van de marathonrevolutie niet deugt. Daar lag het zeker niet aan. Ik had mezelf opgeblazen. Mijn volgende marathon ga ik zeer zeker wel op marathonhartslag lopen.  

Als een bejaarde man wandelde ik na de race over het station op weg naar huis.

Ik dronk een biertje met mijn vrouw. ‘Op de marathon!’ ’s Avonds voelde ik druk bij mijn slapen. Ik keek in de spiegel en schrok. De slagaderen aan mijn slapen waren over een centimeter of zeven enorm opgezet. Eerst maar slapen (leuke woordgrap), stelde ik mezelf gerust. ’s Nachts werd ik wakker met een droge mond en klokte een halve liter water naar binnen.

De volgende dag was de druk bij mijn slapen niet verdwenen. De huisarts zei, twee dagen na de marathon, dat de opgezette slagaderen binnen een paar weken weer normaal zouden moeten zijn. 

De huisarts doet ook aan hardlopen, vertelde ze me. ‘Een marathon is niet gezond.’ Ik kan dat na twee marathons bevestigen.

‘4.15,03’, vertelde ik haar zonder schaamte toen ik lachend de praktijk verliet.

Gelukkig had ik mijn medaille niet bij me. 

 

Sjaak heeft het gezondheids- en hardloopvirus sinds een paar jaar goed te pakken. Hij liep vorig jaar zijn eerste 42,195 kilometer en traint nu voor zijn tweede en derde marathon. Hij traint volgens een revolutionair schema en gaat meer en meer veganistische dagen inbouwen in zijn leefpatroon. Verder reist en schrijft hij veel. Sjaak kan fantastisch schrijven, vinden wij. Het is heerlijk om zijn verhalen te lezen. Sjaak schrijft voor veel meer dan alleen OERsterk en het is dan ook een eer om hem in onze gastblogs te hebben! Zie www.sjaakvandegroep.nl, voor zijn werk en diensten.


Volg Sjaak op:

Reacties

reageer op dit artikel









AgendaBekijk alles
Voor de tOER najaar 2017, totdat nieuwe ontwerp foto klaar is.
19 Okt 2017

OERsterk Experience Nunspeet

Hotel NH Veluwe Sparrenhorst
Deze GLOEDNIEUWE Experience belooft een inspirerende, prikkelende en humoristische avond te worden. Ben jij erbij?
Nog 3 plaatsen over
1 Nov 2017 - 31 Dec 2017

Unieke opname OERsterk Experience

Vanaf je eigen stoel
Unieke opname om meer kennis en verdieping over een gezonde leefstijl te krijgen! 
Meer informatie